Er is tegenwoordig net zoveel probleemgedrag bij honden als vroeger. Het enige verschil is, dat er tegenwoordig veel meer honden zijn, en ook veel meer regels waar wij ons met onze honden aan moeten houden. De oppervlakte waar we met mensen, honden, auto´s etc. op moeten leven is nu veel voller.
Gelukkig is er ook veel onderzoek gedaan naar het probleemgedrag van onze honden, en iedere keer kwam men tot de conclusie dat het gedrag wat wij probleemgedrag noemen, eigenlijk vaak normaal hondengedrag is. Men kwam ook tot de conclusie dat je normaal, maar ongewenst, hondengedrag bijna altijd weer om kan vormen tot normaal, gewenst hondengedrag.

Wat is probleemgedrag nu eigenlijk?
Zoals al gezegd is dat over het algemeen normaal hondengedrag, dat door ons als probleemgedrag wordt ervaren.
Bijvoorbeeld:
-Als een hond blaft dan roept hij de roedel bij elkaar. Als wij daar dus op reageren, dan geven we aan dat we het met hem eens zijn, en hij zal dan vaker gaan blaffen.
-Als een hond agressief is naar andere honden of mensen en wij reageren daar in meerdere of mindere mate op, dan zijn we eigenlijk de hond aan het steunen in zijn agressie, ook al verbieden we het hem. De hond zal niet begrijpen dat u het hem aan het verbieden bent, en door dat boze gedrag van u alleen maar onzekerder worden, en daardoor weer agressiever.

Als uw hond probleemgedrag heeft, dan is het mogelijk om dit op te lossen, of beheersbaar te maken. Hiervoor komt De Hondenjuf bij u op huisbezoek om het gedrag te zien, en om een aantal vragen te stellen. Dit bezoek kan wel een paar uur duren.
Tijdens dit bezoek krijgt De Hondenjuf een goede indruk over het gedrag van uw hond. Tijdens dit bezoek krijgt u een aantal tips en adviezen die u kunt gaan toepassen bij uw hond. Het is niet zo dat de problemen dan altijd als sneeuw voor de zon verdwijnen, iets dat zich soms in maanden/jaren heeft opgebouwd is door de eigenaar vaak niet ineens radicaal te veranderen. Het probleem is dat ook de eigenaar zijn gedrag zal moeten veranderen, als dat 100% gebeurd is het resultaat bij de hond vaak verbluffend.

Wilt u meer weten over “probleemgedrag” lees dan verder.

Wie kent ze niet in het park, honden die wat anders zijn dan andere honden? Dat kan zijn doordat ze niet zo snel zijn, snel grommen, altijd blaffen, nooit luisteren, en zo kunt u zelf vast ook nog wel wat dingen bedenken.... Misschien bent u zelf wel een hondeneigenaar die af en toe verzucht: 'Wat moet ik daar nou weer mee doen?', of 'Hoe pak ik dat nu weer aan?'

Alle mensen die een hond hebben of met honden werken en die daarbij af en toe tegen honden met 'problemen' aanlopen, hierbij een eerste handreiking hoe u om moet gaan met probleemgedrag. Dat wil niet zeggen dat er een pasklare oplossing is, want die zal voor elke hond verschillend zijn. Elke hond kent namelijk zijn eigen-'aardigheden'.

Wat is probleemgedrag?
We spreken van probleemgedrag als het gedrag van een hond een activiteit verstoort, en indien dit gedrag tevens moeilijk te veranderen is. Probleemgedrag kan ook gedrag zijn dat natuurlijk is voor de hond maar dat de eigenaar als probleem ervaart. Een paar voorbeelden van probleem gedrag:
- voortdurend negatief aandacht trekken;
- herhaald agressief gedrag;
- teruggetrokken gedrag.

Achtergronden probleemgedrag
We hebben nu enigszins voor ogen wat probleemgedrag is. Wat kunnen de achtergronden/redenen zijn voor het vertonen van dergelijk gedrag? Het is soms erg moeilijk, zo niet onmogelijk, om een oorzaak aan te geven. Wel zijn er vaak factoren aan te geven die een rol spelen bij het ontstaan en voortbestaan van probleemgedrag. Deze factoren liggen dan in:
Spel/activiteit: bijvoorbeeld onvoldoende gestructureerd, te moeilijk zijn;
Groep/leiding: samenstelling van het gezin/roedel ongeschikt, de eigenaar is niet capabel/geschikt voor dit type hond;
(Bovenstaande factoren worden ook wel de omgevingsfactoren genoemd.)

hond en zijn achtergrond: slechte socialisatie, slechte of geen opvoeding, slechte of geen training, fysieke problemen, en mogelijke, leeftijdspecifieke problemen (denk aan puberteit). Gevolgen daarvan kunnen bijvoorbeeld zijn: sociaal onvaardig in de omgang met andere mensen en andere honden en zelfs moeilijkheden in de omgang met andere mensen en honden.

Al deze factoren kunnen apart worden benaderd. U zult hierbij snel vastlopen, omdat er sprake zal zijn van een interactie tussen de verschillende factoren. Een probleem wordt pas duidelijk als u het in zijn geheel bekijkt. Dus: deze hond (met al zijn kenmerken en eigenaardigheden) in deze omgeving (met al zijn kenmerken).

Analyse en aanpak probleemgedrag
Als we te maken krijgen met probleemgedrag zijn we snel geneigd daarop te reageren met 'ik zou niet weten waarom hij zo vervelend doet' of 'wat raar, dat hij in andere situaties wel leuk meedoet', enzovoorts. Probleemgedrag bij honden kan erg ondoorgrondelijk zijn.
Oplossen van probleemgedrag is dan ook vaak een tamelijke ingewikkelde nbezigheid. Met name in een situatie waar de gemiddelde hondentrainer de hond maar 1 uur in de week ziet. Bovendien is de hond dan ook nog vaak uit zijn dagelijkse leefsituatie gelicht.
Een gedragstherapeut, kan u, door een huisbezoek en een volledige analyse van het probleemgedrag, meer inzicht geven in welke factoren dat gedrag nu vooral beïnvloeden. Vervolgens kunt u aanknopingspunten krijgen die u als invalshoek kunt gebruiken om met het “probleem”gedrag om te gaan en om het “probleem”gedrag om te buigen naar gewenst gedrag.
Eerst iets over de principes die een rol spelen bij het doen ontstaan, veranderen, en handhaven van gedrag. Gedrag wordt sterk beïnvloed door reacties uit de omgeving op dat gedrag. Deze reacties kunnen negatief of positief zijn. Zoals we al weten is het niet alleen de omgeving die het gedrag beïnvloedt. Ook 'gevoel' en 'verstand' van de hond en de eigenaar spelen een rol. Gevoel, verstand, en vertoond gedrag beïnvloeden elkaar over en weer.

Er zijn drie invalshoeken voor gedragsverandering:verandering van reacties uit de onmiddellijke omgeving.

- verandering van verstandelijke inzichten van de eigenaar;
- verandering van gevoelens van de eigenaar en de hond;
Omdat 'verstand' en 'gevoel' bij een hond nogal ongrijpbare fenomenen zijn, wordt bij gedragsverandering van de hond vaak
gegrepen naar de invalshoek van omgevingsbeïnvloeding.
- Verandering van omgevingsreacties heeft vervolgens vaak verandering van 'gedrag/gevoel/verstand' tot gevolg.
De hond leert door middel van goedkeuren of afkeuren (belonen of straffen) gedrag te vertonen, dat door de omgeving wel
wordt geaccepteerd. Meestal beleeft zo’n hond daardoor zelf ook meer plezier aan zijn eigen gedrag omdat zijn omgeving positiever reageert.

Bij de aanpak van probleemgedrag moeten u zich afvragen wie u hiervoor inschakelt, en wat voor soort hond u heeft. Met andere woorden 'op welke manier is deze hond bereikbaar'. Deze vraag is belangrijk met het oog op het soort versterkers en verzwakkers die u kunt gebruiken. Honden die gevoelig zijn voor een sociale benadering zullen goed reageren op sociale versterkers en verzwakkers.

Voorbeelden:sociale versterkers: lachen, compliment, aandacht;

sociale verzwakkers: negeren, boos toespreken, afkeurend kijkenAls we een goed beeld hebben gevormd van het probleemgedrag bij de hond (en eventueel de eigenaar), kunnen we als het ware aan de slag. Kies voor de aanpak waarbij u zichzelf blijft, anders werkt het niet. Vanzelfsprekend is ethische verantwoording ook erg belangrijk. Denk aan fysieke straf en ongecontroleerde boosheid. Blijf altijd KALM!

Met betrekking tot gedrag en straf moeten we enkele wetmatigheden in de gaten houden:

- Geef straf onmiddellijk (binnen 5 seconden) na het vertoonde ongewenste gedrag.
- Straf zegt alleen iets over wat niet mag; Geef dus alternatieven.
- Hard straffen geeft frustratie, angst, onzekerheid bij de gestrafte, vooral indien er geen mogelijkheid tot positief gedrag wordt geboden.
- Door straf kan men bepaalde situaties ontvluchten, dit is vaak niet de bedoeling.
- U vertoont zelf ook negatief gedrag als u straft; denk aan uw voorbeeldfunctie, u moet te allen tijde kalm blijven, de meeste mensen
kunnen pas straffen als zij boos zijn, en dat is juist niet de bedoeling.
- Gestraften moeten weten waarvoor ze worden gestraft.
- Straf moet terecht zijn.
- Straf moet in verhouding staan tot het 'vergrijp'.

Een aantal punten die belangrijk zijn bij de aanpak van probleemgedrag:
- Wees consequent in de aanpak.
- De hond moet duidelijke grenzen krijgen.
- Geef ook een versterker als het gedrag in de gewenste richting gaat;

De factor van probleemgedrag “hond en zijn achtergrond” vormt tevens een grote beperking van de mogelijkheden voor een gekozen aanpak. We zullen dit verduidelijken door middel van enkele voorbeelden.Milieu
Met name wordt hier gedoeld op het gezin waar de hond opgroeit. Maar ook de fokker speelt hier natuurlijk een zeer belangrijke rol. Opfok- en opvoedingsproblemen zijn erg bepalende maar vaak ongrijpbare factoren (zelf relatieproblemen van de eigenaar kunnen een rol spelen bij probleem gedrag van de hond!)Ontwikkelingsfase
Elke fase kent zijn eigen specifieke mogelijkheden en problemen.

Intelligentie van de hond en de eigenaar
Het zal duidelijk zijn dat dit een bepalende factor is. Bij de eigenaar is onder andere het inzicht hebben in de eigen situatie vaak bepalend voor succes. Bij de verschillende rassen is er ook zeker sprake van verschillen in intelligentie.

Persoonlijkheid/temperament van zowel hond als eigenaar
Onveranderlijk maar vol invloed.

Lichamelijke aspecten van hond en eigenaar
Bijvoorbeeld (lichte) handicaps zoals doofheid, hersenbeschadigingen, lichamelijke stoornissen van hond en/of eigenaar

Enige informatie over gedrag en problemen.
In de eerste plaats wil ik graag benadrukken dat er eigenlijk geen 'probleemhonden' bestaan! Je zou hooguit kunnen spreken van honden met problemen of met probleemgedrag.
Gedrag is een manier van communiceren. Communiceren is een ander iets duidelijk maken, iets vertellen (communicatie is verbaal, maar ook non-verbaal). Wanneer we spreken van probleemgedrag gaat er dus in de eerste plaats iets mis in de communicatie. Wij begrijpen het gecommuniceerde gedrag van de hond niet en zien dat als een probleem, of de hond begrijpt onze communicatie niet en laat dat merken door ongewenst/probleem gedrag.

Als je weet wat de hond bedoelt met zijn (probleem)gedrag en als u weet wat u communiceert met uw gedrag naar de hond, dan kunt u gaan zoeken naar een oplossing.
Stel bijvoorbeeld, dat u een hond heeft die graag aandacht wil hebben. Deze hond heeft ontdekt dat hij aandacht krijgt in de thuissituatie als hij vervelend gedrag vertoont (op schoot springen, de hele tijd met een speeltje voor u gaan staan en blaffen, voor de tv op en neer lopen als u lekker tv kijkt).
De hond doet dus vervelende dingen om aandacht te krijgen. Wat zou de eigenaar nu kunnen doen om toch op een leuke manier met deze hond verder te kunnen? U kunt bijvoorbeeld: Vervelend gedrag VOLLEDIG en ALTIJD negeren, dus totaal geen aandacht geven aan het vervelende gedrag.Leuk/gewenst gedrag belonen, als de hond rustig in de mand ligt er even bij gaan zitten en zeggen hoe “braaf” hij is (en dus niet denken: 'He, he, het is even rustig, hij ligt in zijn mand!').

Grenzen stellen, dus heel duidelijk maken dat u blaffen en aandacht trekken absoluut niet tolereert. Doet hij dat toch, zorg dat het dan ook duidelijk wordt dat u dat niet pikt.

De hond uit de situatie halen, door hem het even niet meer mee te laten doen, of door hem bijvoorbeeld een taak te geven. U loopt even de kamer uit als hij voor de tv staat, roept hem en beloont hem als hij bij u komt en stuurt hem dan naar zijn mand. Als hij een tijdje rustig in de mand ligt kun u hem belonen door hem uit de mand te roepen en even met hem te gaan spelen.

U ziet dat u verschillende dingen kunt doen om op een andere manier met de hond om te gaan. U leert de hond eigenlijk uw taal, doordat u laat merken: als jij je zo gedraagt dan beloon ik je.

Observeren
Wilt u om leren gaan met 'probleemgedrag (moeilijk verstaanbaar gedrag)', dan is het erg belangrijk dat u goed leert kijken wat er nu precies allemaal gebeurt. Dit precies kijken noemen we observeren. Observeren wil zeggen, dat u de tijd neemt om alleen maar te kijken naar wat er gebeurt. U gaat zich dus niet zelf met de situatie bemoeien, maar kijkt gewoon naar WAT er gebeurt en HOE het gebeurt. Verder kijkt u ook naar WANNEER iets gebeurt, dus in wat voor soort situatie. Ook gaat u kijken naar wat de GEVOLGEN zijn van het gedrag. U kijkt dus wie er allemaal op reageren en hoe ze erop reageren.

Basisvaardigheden bij het omgaan met probleemgedrag
Grenzen stellen.
Stel duidelijke regels en grenzen. Maak duidelijk mag en wat niet mag. Zet de basisregels/grenzen ook voor uzelf en eventuele andere gezinsleden op papier. Als een hond vervolgens toch over deze grenzen gaat: Straf hem dan direct, maar overdrijf de straf niet, niet te lang en niet te vaak want dan wordt het effect steeds minder.
Consequent zijn.
Wees voorspelbaar voor de hond. Hij kan u dan makkelijker vertrouwen, weet hoe u zal reageren en zal u serieus nemen. Probeer ook een voorspelbaarheid en vaste regelmaat in uw gedrag te creëren. U kunt denken aan een vaste eettijden, uitlaattijden, trainingsmomenten etc., het altijd even beginnen met de krant lezen, afsluiten met een bepaalde activiteit, en dergelijke.
Geef de hond, dagelijks voldoende beweging.
Iedere hond heeft ongeveer 1 tot 2 uur beweging per dag nodig!
Complimentjes geven.
Zoek positieve kanten bij hond. Probeer het vooral met deze positieve kanten te laten werken. Beloon de hond voor gewenst gedrag. Deel complimentjes uit! Probeer het eens met humor. Neem er eens de tijd voor om goed te kijken naar uw hond. Schrijf eens op wat u ziet, vooral ook de goede dingen. Elke hond doet een heleboel goede dingen waarvoor hij een complimentje verdient!
Dus:Let altijd op de goede dingen die de hond doet.Beloon de hond als hij iets goed doet.
Benoem het goede gedrag en zeg er iets aardigs over.
Doe het direct! (Binnen 5 seconden na het gewenste gedrag)
Rust bieden.
Biedt een rustpunt (bijv. even in de mand/bench liggen). Haal de hond uit de situatie. Dit kan ook gebeuren door de hond even een commando te geven of even bij je te laten komen. Dit is vooral belangrijk voor de hond die uit zichzelf niet tot rust komt, die maar bezig blijft.
Veel herhalen.
Herhaal regelmatig en biedt een nieuwe oefening in kleine stapjes aan. Introduceer bijvoorbeeld een nieuw spel of nieuwe oefening niet in zijn geheel, maar train de oefening stap voor stap en eindig altijd met een positieve ervaring. Zo bouwt u geleidelijk een nieuwe oefening op.
Afwisseling bieden.
Biedt afwisselende activiteiten. Onderbreek een langer durende activiteit door bijvoorbeeld een spel- of drinkpauze in te lassen, zodat de hond even stoom af kan blazen. Hierdoor voorkomt u dat erg onrustige honden, die snel afgeleid zijn, zich gaan vervelen en dus andere dingen gaan doen zoals blaffen of zeuren.
Negeren.
Negeer negatief gedrag dat is bedoeld om aandacht te vragen. Wanneer u reageert op negatief en aandachtvragend gedrag zal dit het gedrag veelal doen verergeren, omdat u het vervelende gedrag als het ware 'beloond' met aandacht. Probeer dus stoer, blafferig, clownesk en dergelijk gedrag te negeren. Dus: Reageer niet op aandacht trekken en probeer het vol te houden door zelf iets anders te gaan doen en even niet op de hond te letten.
Onverwacht belangstelling tonen.
Geef aandacht aan de hond op een moment dat hij het niet verwacht. “Luister” naar wat de hond echt “zegt”, of wat hij bedoelt te zeggen. Een hond kan bijvoorbeeld heel dwars zijn, omdat hij ergens juist bang voor is. Reageer dan niet op het dwarse gedrag, maar ga in op de angst en zoek daar een oplossing voor. Of ga zomaar eens bij uw hond zitten als hij rustig ligt en praat dan rustig tegen hem en aai hem rustig en vertel hem hoe “braaf” hij is. Geef zoveel mogelijk aandacht aan het gewenste gedrag dat de hond laat zien. Zeg wat de hond goed doet, de hond krijgt hierdoor meer zelfvertrouwen.
Verschillende problemen en de basisvaardigheden.
Er zijn zeer veel vormen van probleemgedrag. Het hangt mede af van de omstandigheden of gedrag 'probleemgedrag' is. Iets dat in een groep met 10 honden heel storend is, kan in een kleinere groep van 2 honden veel beter te hanteren zijn en dus ook niet als probleemgedrag worden gezien. Elke eigenaar moet dus zelf kijken wat in zijn eigen situatie wel of niet hanteerbaar is met zijn hond.

Pasklare antwoorden voor probleemgedrag zijn er niet. Gewoon omdat elke hond uniek is en zijn eigen 'gebruiksaanwijzing' heeft. Wel kan ik u hier een aantal aanwijzingen geven die vaak tot de ingrediënten van die gebruiksaanwijzing horen.

Voor een paar gevallen van “probleem” gedrag geef ik de meest gebruikelijke basisvaardigheden om er mee om te gaan. Wees vooral creatief in het zelf zoeken van de best passende benadering bij uw hond! En komt u er niet uit: neem contact op met De Hondenjuf!

Honden met “opvallend” gedrag

Bij honden met opvallend gedrag bedoelen we de branieschoppers, de pesters, maar ook de teruggetrokken hond en de hond die constant aandacht wil. Alle vormen van opvallend gedrag dus.

Bij deze honden ga ik er vanuit dat het opvallende gedrag een uiting is van vervelende dingen, die de hond niet op een andere manier weet te communiceren. Zoek dus naar wat de hond u eigenlijk via zijn gedrag probeert te vertellen. Krijgt de hond wel genoeg beweging? Elke dag een lange (minimaal 1 uur achter elkaar) wandeling waarbij hij ook los kan lopen? Vaak heeft de hond gewoon veel te veel energie en kan hij die energie alleen kwijt door “opvallend”/vervelend gedrag. Het gedrag kan ook voort komen uit een bepaalde vorm van angst en/of onzekerheid voor andere honden/mensen. Ze zijn, door welke oorzaak ook, bang/onzeker geworden voor honden/mensen. Ze hebben geen of weinig vertrouwen in andere honden/mensen. Ze kunnen deze angst verbergen door agressie te tonen, of andere honden/mensen te pesten (springen, happen in handen en kleding, dingen kapot maken). Ook kunnen ze zich letterlijk verbergen en terugtrekken. Dit zijn dan de honden waar je maar moeilijk hoogte van kunt krijgen, omdat ze zich zo terugtrekken en dus weinig gedrag laten zien. Bedenk dat het voor deze honden vaak moeilijk is om contact te leggen. Ze voelen zich niet veilig, weten vaak niet goed hoe een hond/mens gaat reageren, of ze weten niet hoe ze een positieve reactie kunnen krijgen van andere honden/mensen (alleen een negatieve reactie kunnen ze uitlokken).

Een aantal punten die veelal helpen bij de omgang met deze honden:
- Wees bij deze honden vooral CONSEQUENT, wees voorspelbaar, zodat ze weten hoe u zult gaan reageren en waar ze aan toe zijn.
- Stel GRENZEN. Maak heel goed duidelijk wat wel en wat niet kan. Iets dat niet mag, mag dus ook absoluut NOOIT!
- Geef COMPLIMENTJES voor dingen die de hond goed doet.
- Besteedt regelmatig onverwacht aandacht aan de hond op het moment dat hij met iets positiefs bezig is,
toon op onverwachte momenten BELANGSTELLING.
- Zorg dat de situatie DUIDELIJK is, zodat de hond ook weet wat er van hem/haar verwacht wordt.
- NEGEER negatief gedrag zoveel mogelijk.
- Maak een AFWISSELEND programma. De hond zal zich dan minder snel gaan vervelen en vervelende dingen gaan doen.
- Wanneer er een vervelende situatie is, zorg dan voor RUST door de hond even uit de situatie te halen.
- HERHAAL regelmatig wat u van de hond verwacht.
- Leer de hond ZITTEN, LIGGEN en HIERKOMEN zodat u de hond ook uit een vervelende situatie kunt halen door hem
een opdracht/commando te geven dat hij kent.

Aanpak voor honden die moeilijk lijken te leren.

Bij honden die moeilijk lijken leren kan de aanleg tot het aanleren van oefeningen wat minder zijn dan bij de typische “werk”-honden. Ze kunnen moeilijker dingen onthouden en hebben daardoor ook meer moeite met het aanleren van nieuwe dingen. Soms lijkt het dat ze niet goed luisteren, omdat ze niet gaan doen wat u net heeft uitgelegd en gevraagd. Maar dan zou het heel goed kunnen dat ze niet begrijpen wat de bedoeling is, wij mensen communiceren nu eenmaal heel anders dan honden, dus leg de oorzaak van het niet-luisteren altijd eerst bij uzelf en kijk wat u anders zou kunnen doen bij het aanleren van de oefening.
Voor deze honden helpt het bijvoorbeeld, als u een volgorde en opbouw van de oefeningen die u aan de hond wilt leren, op papier zet. Zo heeft u in ieder geval voor uzelf duidelijk uitgewerkt hoe u te werk wilt gaan en weet u zeker dat u iedere keer dezelfde volgorde en stappen aanhoudt.
Niet alleen het geheugen, maar de hele informatieverwerking bij deze honden kan slecht/traag zijn. Dat houdt in, dat ze moeite hebben met het omzetten van iets wat ze horen of zien, naar een activiteit (en omgekeerd). Het woord 'zit' en de activiteit 'zit' horen bij deze honden bijvoorbeeld niet automatisch bij elkaar... Gebruik bij deze honden ook de juiste aanmoediger (brokje, speeltje, aardig woord) te vinden die de hond optimaal kan stimuleren en helpen een oefening aan te leren en uit te voeren.

Een aantal punten die veelal helpen bij de omgang met deze honden:Deze honden hebben vooral veel behoefte aan HERHALING, omdat het langer duurt voor ze zich iets eigen maken.Vaak zijn deze honden erg onzeker. COMPLIMENTJES geven is daarom zeer belangrijk, ook als ze al een beetje de goede kant met een oefening opgaan!

Omdat ze dingen minder snel doorhebben, minder zelfvertrouwen hebben, is het belangrijk dat u CONSEQUENT bent.

Deze honden kunt u ook zeer veel steun bieden en meer zelfvertrouwen geven door ze onverwacht BELANGSTELLING te tonen, bijvoorbeeld een aai, of een aardig woord (dit natuurlijk wel als de hond gewenst gedrag laat zien!)

Duidelijke regels en GRENZEN, zodat ze weten wat ze te wachten staat is belangrijk.

Als het je veel moeite kost om iets te leren en om een spel mee te kunnen spelen, dan heb je RUST nodig. Zorg dat u deze rust biedt aan de hond.

Deze honden hebben wat meer tijd nodig voor een opdracht, maar ze kunnen vaak ook weer niet te lang met hetzelfde bezig zijn. Biedt dus AFWISSELING in uw programma, zorg voor een goede opbouw.

NEGEER het als de hond fouten maakt, maar probeer wel positief te reageren als de hond het goed doet.

Verlies uw geduld niet!

Aanpak voor honden die niet stil kunnen zitten/liggen, geen rust hebben of nemen
Met deze groep honden bedoelen we de honden die hyperactief (= overbeweeglijk) zijn en zich niet kunnen concentreren. Hier kan een medische verklaring voor zijn. Hyperactiviteit als medisch begrip bij kinderen heette vroeger MBD (= minimal brain damage = kleine hersenbeschadiging), tegenwoordig heet dat ADDH of ADHD. Bij honden lijkt dit tegenwoordig ook voor te komen, maar over het algemeen is bij honden het gebrek of een tekort aan beweging de reden van het hyperactief zijn.

Zoals gezegd, lijken deze honden zich niet te kunnen concentreren en zijn ze “overbeweeglijk”. Het zijn de honden die je letterlijk 'gek' kunnen maken, omdat ze nooit eens stil zitten, ze vragen continu aandacht. Bedenkt u zich bij deze honden echter goed, dat de hond hier zelf niets aan kan doen. Het tekort of het ontbreken aan beweging is iets dat komt omdat u het hem als eigenaar niet geeft. Ook al loopt u iedere dag 1 uur met uw hond, er zijn bepaalde rassen die wel 8 uur per zouden kunnen lopen en al is dat misschien wat overdreven 1 uur is dan dus niet genoeg. Bij deze honden is beweging alleen vaak niet genoeg. Het kan ook enorm helpen om deze honden bepaalde taken te geven, en ze allerlei dingen aan te leren zodat ze niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk hun energie kwijt kunnen.

Een aantal punten die veelal helpen bij de omgang met deze honden:Deze honden, die we tegenwoordig al snel hyperactief noemen, doe je een groot plezier door ze veel BEWEGING, TAKEN/WERK en AFWISSELING te bieden. Wees zelf zeer CONSEQUENT in het hanteren van de regels en grenzen, wees daardoor voorspelbaar.

Biedt duidelijke momenten van RUST aan. Haal de hond zo nodig uit een drukke situatie, moedig hyper gedrag niet aan, beloon de hond alleen als hij rustig is, dus niet springt en/of blaft.

Zorg voor een DUIDELIJKE, overzichtelijke situatie.

Let goed op de keren dat de hond wel rustig iets doet, of even stil zit en geef hem dan een beloning.

Overbeweeglijke honen hebben vaak nog niet het geduld om lange en moeilijke oefeningen onder de knie te krijgen, hak oefeningen daarom in stukjes en zorg voor veel afwisseling bij het aanleren van oefeningen, hou de trainingen ook kort, beter 5x per dag 2 minuten dan 1x per dag 10 minuten. Leer de hond ook rustig en met beleid met u te spelen met een speeltje. Zo kunt u de training afwisselend maken.

Probeer niet geïrriteerd te raken door de onrust van de hond. De hond kan er niets aan doen! NEGEER het drukke gedrag daarom zoveel mogelijk, probeer het voor te zijn en blijf KALM, voordat u boos wordt stoppen met de training!