Zo ziek als een hond: erg ziek.
Blaffende honden bijten niet: voor schreeuwers hoeft men niet bang te zijn / wie dreigt is niet gevaarlijk;
Er was geen hond: er was niemand;
De gebeten hond zijn: degene die van alles de schuld krijgt;
Brutale hond: brutaal iemand
Luie hond: lui iemand
Als 2 honden vechten om een been gaat de derde er ras mee heen:
2 hebben ruzie, de derde het voordeel.
Met onwillige honden is het slecht hazen vangen: met mensen die niet willen bereikt men weinig.
Bekend zijn/staan als de bonte hond: wel bekend zijn maar niet in de meest gunstige zin.
Als oude honden blaffen, is het tijd om op te letten: als deskundige mensen je waarschuwen is dat niet voor niks.
Zo eerlijk zijn als een hond: een hond liegt niet, hij mag je of hij mag je niet.
Een hondenleven hebben: een slecht leven hebben.
Men moet de hond niet om worst sturen: je moet de verleiding niet te groot maken.
Als een jonge hond: onervaren, driest handelen
Een hond van een kerel zijn: een gemene man zijn
Iemand als een hond behandelen: iemand slecht behandelen
Daar lusten de honden geen brood van: Dat is schandalig
Een rashond zonder band is nog geen vuilnisbakkie: echte klasse is niet gebonden aan materiële welvaart.
Hondenweer: slecht weer
De gebeten hond zijn: ergens/overal de schuld van krijgen
Leven als kat en hond: altijd ruzie maken.
Als een hondje achter iemand aanlopen: slaafs, overdreven volgzaam.
Wie bij de hond slaapt, krijgt vlooien: wie in slecht gezelschap verkeert, neemt slechte gewoonten over.
Zo moe zijn als een hond: uitgeput zijn.
De hond in de pot vinden: er is niets meer over.
Er zijn meer hondjes die Fikkie heten: een oppervlakkige overeenkomst is misleidend.
Je moet geen slapende honden wakker maken: je moet geen argwaan wekken.
Als honden konden bidden, zou het kluiven regenen: niet ter zake doende opmerking, beginnend met het woordje “als”.
Commandeer je hondje en blaf zelf: je hebt mij niets te bevelen.
Wie een hond wil slaan, vind licht een stok: voor iets slechts vindt men makkelijk een reden.